Het Vleeshuis, een must-see in hartje Antwerpen

Een gildehuis met stijl

Hartje Antwerpen, nabij het Schipperskwartier en de aloude Burchtgracht, daar vind je het monumentale Vleeshuis. Het is het oudste intacte, burgerlijke gebouw van Antwerpen. Tot na de Franse Revolutie had het gilde van de Antwerpse vleeshouwers er zijn basis.

Een must-see in het hart van de stad

Hartje Antwerpen, nabij het Schipperskwartier en de aloude Burchtgracht, daar vind je het monumentale Vleeshuis. Het is het oudste intacte, burgerlijke gebouw van Antwerpen. De bouw duurde slechts drie jaar. Dat was in het prille begin van de 16de eeuw, de Antwerpse Gouden Eeuw. Het Steen mag dan ouder zijn, er werd voortdurend aan verbouwd en toegevoegd. Het Vleeshuis veranderde in meer dan vijf eeuwen nauwelijks.

Beenhouwers en slagers bouwden het. Niet om er dieren te slachten. Wel om er vlees te versnijden, verwerken en verkopen. Het Vleeshuis was de verkoophal voor verse vleeswaren. Het was tegelijk een gildehuis. Tot na de Franse Revolutie had het gilde van de Antwerpse vleeshouwers er zijn basis.

Vlakbij de Grote Markt, het stadhuis en de Brabo-fontein is het Vleeshuis een heuse must-see. Deze iconische landmark ligt midden in wat eens een pittoreske volksbuurt was. In het historische hart van Antwerpen herinnert het ons aan de late Middeleeuwen, toen de stad als jonge handelsmetropool stilaan de Nieuwe Tijd en de Renaissance binnentrad.

Een gildehuis met stijl

De bouwstijl is Brabantse laat-gotiek. De spits toelopende gotische ramen zijn typisch voor de tijd. Het Vleeshuis telt zeven verdiepingen. Het hoge dak valt op in de Antwerpse skyline. Het staat op alle panorama’s en redezichten, getekend of gefotografeerd vanop Linkeroever. Noem het Vleeshuis dus gerust de eerste hoogbouw van de stad.

De vijf pagaddertorens en de talrijke speklagen springen in het oog. De traptorens zijn identiek aan die in de rijke koopmanshuizen en patriciërswoningen in de stad. De speklagen hebben niets met vleeshandel te maken. Het is een modeverschijnsel dat trendy bleef tot diep in de 17de eeuw.

Het Vleeshuis lijkt op de 15de-eeuwse Aula Magna van het Paleis op de Koudenberg, het hertogelijk paleis te Brussel. Maar het is twee keer breder. Wie de architect was is onzeker. Misschien bouwmeester Domien De Waghemakere, die betrokken was bij vele kerkelijke en burgerlijke opdrachten binnen en buiten de stad. Bijvoorbeeld ontwierp hij de Handelsbeurs op de Meir, het stadhuis van Gent en het Broodhuis op de Brusselse Grote Markt. Zijn plannen voor een nieuw Antwerps stadhuis werden nooit uitgevoerd wegens andere prioriteiten. Bij de bouw van kerken werkte hij samen met zijn vader Herman, tot diens dood in 1503. Mogelijk deed hij ook het Vleeshuis samen met zijn vader. Deze is bekend voor zijn leidende rol bij de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, de Sint-Gummarus te Lier en onder meer kerken in Aalst en Hulst.

Een zingend en dansend museum

Vandaag vertelt Museum Vleeshuis het verhaal van 800 jaar muziek in de stad. Met klanken en instrumenten ontdek je hoe muziek werd beleefd aan het hof en in de volkse concert- en danszalen.

Het Vleeshuis bewaart de tweede grootste collectie Antwerpse klavecimbels ter wereld. Antwerpen was in 16de en 17de eeuw de Europese hoofdstad voor de klavecimbelbouw. De families Ruckers-Couchet stonden aan de wereldtop. Ze gaven aan de stad dezelfde hoogstaande uitstraling als Christoffel Plantin of Pieter Paul Rubens.

Klavecimbel in Museum Vleeshuis

In het museum bezoek je ateliers van een klokkengieter en van een maker van koperblaasinstrumenten. Je komt er alles te weten over klokken en beiaarden. Je ontdekt 11 Vlaamse topstukken, zoals de stormklok Orida uit 1316. Je maakt kennis met de collectie dansorgels, die herinnert aan de wereldbekende Decap-orgels. Je leert dat de werkkamer van Wannes Van de Velde hier een nieuwe thuis kreeg. Je kan in het museum ook concerten beleven. Kortom, na een bezoek aan het Vleeshuis huppel je fluitend en dansend naar buiten.

Schrijf je in op de nieuwsbrief van Museum Vleeshuis