Overslaan en naar de inhoud gaan
© Frederik Beyens

In gesprek met Bas Neelen (deel 3)

Een nieuw Antwerps klavecimbel

Instrumentenbouwer Bas Neelen bouwt voor Muziekmuseum Vleeshuis een bespeelbaar klavecimbel naar het voorbeeld van een Vlaams Topstuk uit de museumcollectie: een klavecimbel uit 1615 van de Antwerpse bouwer Andreas Ruckers. Twee jaar lang werkt Bas aan het project. Zijn ambitie: in 2027 een bespeelbaar klavecimbel creëren zoals het historische instrument er oorspronkelijk heeft uitgezien in 1615.

Korte inhoud

Van populier en eik tot vuren en een duizenden jaren oude stronk moeraseik. In het derde en laatste deel van dit interview vertelt Bas over zijn zoektocht naar het juiste hout en de lessen die hij meeneemt uit het vakmanschap van vroegere instrumentenbouwers.

Drukblok uit perenhout © Nathalie Samain

Uit het juiste hout gesneden

Muziekmuseum Vleeshuis: “Welke houtsoort gaan jullie gebruiken om de drukblokken te maken?” 

Arjen: “De drukblokken die we gezien hebben in Museum Plantin-Moretus waren allemaal van perenhout gemaakt. Die houtsoort gaan we ook gebruiken.” 

Muziekmuseum Vleeshuis: “Arjen, je zei daarnet dat jullie tijdens het bezoek aan Museum Plantin-Moretus onder de indruk waren van het verfijnde snijwerk. Nu ga je zelf drukblokken maken. Heb je daar ervaring mee?” 

Arjen: “Het fijne snijden, dat kan ik wel. Maar een drukblok maken, dat is volledig nieuw voor mij. De grote uitdaging is dat de bovenkant helemaal vlak moet zijn. Als er ergens een oneffenheid zit, dan kan je dat niet zomaar retoucheren of verbergen. Het is alles of niets… (stilte). Nu ik erover nadenk, is het eigenlijk redelijk compromisloos.” (lacht) 

Bas: “Ja, het fijne snijwerk dat we gezien hebben in de collectie drukblokken van Museum Plantin-Moretus is zodanig precies dat we nog altijd niet goed begrijpen hoe men dat vroeger deed. Het wordt sowieso een boeiende ervaring.”

Muziekmuseum Vleeshuis: “Bas, voor de keuze van het hout voor de kast van het instrument ben je in november 2024 naar Milaan afgereisd. Waarom juist naar Milaan?” 

Bas: “Ik was daar op bezoek bij mijn mentor Andrea Restelli, bij wie ik vele maanden stage heb gelopen tijdens en na mijn studie. Andrea is klavecimbelbouwer in Milaan sinds 1985 en heeft 40 jaar ervaring. Van hem heb ik de stiel geleerd. En ik leer nog altijd bij. Samen hebben we daar een houthandelaar voor muziekinstrumenten bezocht om hout te selecteren. Het is altijd interessant om dat samen met anderen te doen. We discussiëren en redeneren, we zetten elkaar aan het denken en stellen de zintuigen op scherp. Alleen is dat minder gemakkelijk, en ook minder leuk.” (lacht) 

Bas schraapt de kast van populier © Nathalie Samain

Muziekmuseum Vleeshuis: “En welke houtsoort heb je voor de kast gekozen?” 

Bas: “Populier. Ik heb er een middelste plank van een gevelde boom gekocht. Populier is een houtsoort die een bepaalde stijfheid kan hebben, dat maakt het akoestisch interessant. Bovendien is het een boom die snel groeit, licht en goedkoop is en vooral heel beschikbaar is. Maar uiteindelijk heb ik toch gekozen voor een populier die hier gegroeid, geveld en gedroogd is. Een Italiaanse populier is een andere soort dan de inheemse populieren die in de lage landen groeien. Door voor een lokale boom te kiezen, kom ik ook dichter bij het materiaal dat Andreas Ruckers waarschijnlijk gebruikte. Het Italiaanse hout gaat overigens niet verloren, maar zal dienen voor de bouw van andere instrumenten.”

Bas: “Als bouwer van muziekinstrumenten kijk ik vooral naar de eigenschappen van het hout. Hoe stijf zijn de planken? Is de structuur homogeen? Zijn ze niet te zwaar? Zit er klank in het hout? Ik probeer daarbij op mijn gevoel af te gaan en in te schatten of het materiaal het instrument ten goede zal komen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik op dat vlak nog volop ervaring aan het opdoen ben. Ik heb al verschillende keren populierenhout gekocht, maar daarbij ben ik toch af en toe in de fout gegaan. Voor dit project had ik uiteindelijk het beste gevoel bij een oude, inlandse populier.”

Bas: “Voor de bouw van het klavecimbel kocht ik een volledige populierenstam die in dunne planken was verzaagd. Daardoor hoefde elk oppervlak enkel nog geschaafd te worden en moesten er geen dikke blokken of schijven meer worden gezaagd. Waarschijnlijk werkte Andreas Ruckers op een vergelijkbare manier. Hoe dichter het hout bij zijn juiste afmetingen in het atelier aankomt, hoe minder werk er nog nodig is. Ik geloof niet dat populier per se de beste eigenschappen heeft voor een klavecimbel. Wat ik wel geloof, is dat de bouwstijl en de materiaalkeuze samen zijn geëvolueerd. Precies daarom functioneert een Ruckersklavecimbel het best met populier. Het materiaal van de kast heeft uiteraard ook invloed op de klank. Als ik dus een zo authentiek mogelijke zeventiende-eeuwse klavecimbelklank wil benaderen, zou een andere houtsoort contraproductief zijn.”

De populieren kast © Nathalie Samain

“Na lang zoeken vond ik in Frankrijk een stam moeraseik, duizenden jaren oud en door een natuurlijk proces diepzwart gekleurd: ideaal voor de zwarte toetsen van een klavecimbel.”

Moeraseik voor de toetsen © Nathalie Samain

Muziekmuseum Vleeshuis: “Kies je voor alle onderdelen van het nieuwe instrument voor dezelfde houtsoort?  

Bas: “Nee. Elk onderdeel in het nieuwe klavecimbel heeft een specifieke opdracht. Daardoor kom je voor elk onderdeel bij een verschillende houtsoort terecht. De stembalk bijvoorbeeld maak ik in eik, net zoals Ruckers dat deed. Alle stempinnen zitten in dat stuk hout en de spanning van de snaren komt daar samen. Het is dus heel belangrijk dat dat houten onderdeel hard en sterk is en niet snel gaat splijten. Eik is hiervoor zeer geschikt en ook heel beschikbaar in onze contreien. De volledige mechaniek van het instrument is gemaakt uit beuk. Zelf zou ik intuïtief nooit voor die houtsoort kiezen, omdat beuk bekendstaat als vrij instabiel. Toch heeft het materiaal twee belangrijke troeven: het is ruim beschikbaar en heeft een zeer homogene structuur. Vooral voor deze onderdelen is dat niet onbelangrijk. Voor de klankbodem is vuren een goede keuze, omdat het akoestisch gezien de meest interessante eigenschappen bezit. Het is een lichte houtsoort met een hoge stijfheid en kan heel efficiënt de trilling van een snaar doorgeven aan de lucht errond. Dat maakt het ideaal als klankversterker. Andreas Ruckers gebruikte kersenhout voor een van de twee bruggen. Dat zijn de langgerekte houten latten op het klankbord waarover de snaren lopen. Waarom hij voor deze houtsoort koos, is me niet helemaal duidelijk, zeker omdat slechts één van beide bruggen uit kersenhout is vervaardigd. Wellicht vervult dit hout een akoestisch belangrijke functie, maar dat zal pas blijken wanneer het instrument volledig is afgewerkt. En voor de zwarte toetsen van het klavecimbel vond ik na lang zoeken precies wat ik zocht bij een houthandelaar in Frankrijk. In zijn magazijn lag nog een stam moeraseik, die duizenden jaren geleden in een ijzerrijk moeras heeft gelegen. De tannines in het hout, de natuurlijke stoffen die de boom beschermen tegen bacteriën, schimmels en insecten, zijn door de jaren heen een chemische reactie aangegaan met het ijzer. Dat proces heeft de eik zwart gekleurd, perfect om de zwarte toetsen van een klavecimbel mee uit te rusten.” (lacht) 

Muziekmuseum Vleeshuis: “Gebruik jij eigenlijk een toestel om de eigenschappen van het hout te meten zodat je weet of het hout geschikt is waarvoor je het wilt gebruiken? 

Bas: “Bijna nooit. Ik heb wel een toestel om de geluidssnelheid in een plank te meten. Dat heb ik welgeteld één keer gebruikt. Soms heb ik het gevoel dat ik, naarmate er meer machines en toestellen in de werkplaats verschijnen, ook steeds meer essentiële taken uit handen geef. Ik wil graag leren om een goed stuk hout intuïtief te onderscheiden van een minder geschikt stuk. Hoe efficiënt trilt het hout als ik ertegen tik? Hoe stijf is de plank? Is de plank mooi kwartiers? Hoe liggen de jaarringen? Dat zijn allemaal vragen die in me opkomen. Elke plank is anders, dus elke plank zal ook op een andere manier bewerkt moeten worden. Dat kan je met geen enkel apparaatje meten. Misschien is dat een romantische gedachte, maar uiteindelijk beschikte Andreas Ruckers ook niet over hightechapparatuur. Wat hij wel had, was een schat aan vakkennis.”

Bas Neelen © Nathalie Samain

Muziekmuseum Vleeshuis: “Heb je het dan over een soort vakkennis die nergens opgeschreven staat? Of hoe ervaar jij dat precies? 

Bas: “Er bestaan veel methodes om parameters heel numeriek en computergestuurd om te zetten in iets wat je kan begrijpen, maar ik geloof daar niet altijd in. Het kan natuurlijk een hulpmiddel zijn, maar tegelijkertijd creëer je ook een afstand tussen jezelf en het materiaal. Want jij bent het niet die begrijpt wat je aan doen bent, het is een computer die dat doet voor jou.” 

Bas: “Persoonlijk leer ik liever van mensen dan uit een boek of via een computer. Daarom luister ik graag naar iemand met ervaring, zoals Andrea. Hetzelfde geldt voor mensen als Emile en Julien, van wie ik inmiddels al veel heb geleerd. Door de jaren heen begin je zelf structuur te brengen in dat proces en ontstaat er een soort van leidraad in je hoofd. Alles begint met een beeld van wat de klank moet worden, wat je wilt horen of een idee van wat het moet zijn. In welke context en stijl het instrument moet inpassen, wat de aard van de opdracht is, de vraag van de klant, dat soort dingen. De materialen die je dan kiest en gebruikt, moeten daarbij passen. Hoe meer ervaring je hebt met het bouwen van muziekinstrumenten, hoe makkelijker die leidraad zich vormt, hoe sneller je overtuigde keuzes kan maken. Het valt me trouwens op dat bouwers met passie hun kennis graag delen. Ik ben hen daar zeer dankbaar voor, want dat heeft mij enorm geholpen. Die opgedane kennis geef ik op mijn beurt graag weer door aan de volgende generatie instrumentenbouwers.” 

Muziekmuseum Vleeshuis: "Mooi! Bedankt voor het gesprek Bas en nog veel succes met de bouw van het muziekinstrument. We kijken alvast uit naar de komst van het nieuwe Antwerpse klavecimbel."

Bas: (lacht) "Ik ook en heel graag gedaan!"

Meld je aan voor de nieuwsbrief